Houd je scherm aan tijdens het koken
Ingrediënten
- 0.1 l melk
- 40 g gist
- 450 g bloem
- 50 g kristalsuiker
- 405 g boter
- naar smaak kaneelpoeder
- 1 stuks snuifje zout
- 350 g bruine suiker
- 100 g kandijsiroop
- 0.1 l water
- 1 stuks kaneelstokje
- 1 stuks ei
Bereidingswijze
Het deeg
-
1
Verwarm de melk in een steelpan tot ze lauw is. Brokkel de gist in de melk.
-
2
Meng de bloem met de suiker en de malse boter. Doe er een snuif kaneel en een snuifje zout bij. Kneed in de keukenmachine tot een glad deeg.
-
3
Doe een ei bij het deeg en giet er dan traag de melk met de opgeloste gist bij.
-
4
Dek het deeg af met huishoudfolie of een schone keukenhanddoek. Laat een uur rijzen op een warme plaats waar niet te veel temperatuurschommelingen zijn.
De stroop
-
5
Doe de suiker met de kandijsiroop, het water, de boter en een kaneelstok in een steelpan. Breng aan de kook op een matig vuur en laat rustig een beetje inkoken.
-
6
Haal de pan van het vuur en laat afkoelen. De stroop zal indikken.
De wafels
-
7
Laat het wafelijzer opwarmen.
-
8
Rol balletjes van het deeg die iets groter zijn dan een pingpongballetje. Duw ze wat plat.
-
9
Bak een wafel goudbruin in het wafelijzer. De gist zorgt ervoor dat de wafels een beetje ‘opblazen’.
-
10
Haal de wafel uit het ijzer en snijd ze meteen open met een gekarteld mes. Smeer er stroop tussen. Bak de rest van de wafels op dezelfde manier.
-
11
Laat de wafels afkoelen.